10 mythen over zelfredzaamheid bij brand

31 augustus 2018

In Nederland komen jaarlijks ongeveer 70 mensen om het leven door brand. Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) onderzocht of deze slachtoffers door beter beleid gered hadden kunnen worden of dat zij onder een te accepteren ‘restrisico’ vallen. Uit dit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen bij hun zelfredzame gedrag in de praktijk niet altijd goed ondersteund worden door de huidige voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan het groene nooduitgang-bordje dat consequent genegeerd wordt of dat op het moment suprême onzichtbaar blijkt te zijn door rookontwikkeling. Daarbij blijkt überhaupt dat het zelfredzame gedrag minder adequaat is dan theoretisch wordt gedacht.

10 mythen

In de publicatie ‘Zelfredzaamheid bij brand’ baseert het NIFV zich op dit onderzoek en ontkracht 10 hardnekkige mythen waaruit blijkt dat de zelfredzaamheid en het gedrag van mensen bij brand in panieksituaties totaal anders is dan wordt aangenomen.

Mythe 1. Mensen kennen de gevaren van brand

In praktijksituaties zijn mensen zich minder bewust van de gevaren van brand dan verondersteld wordt. Onze gevaarsperceptie is lager dan de ernst van de situatie in werkelijkheid is.

Mythe 2. Mensen vluchten zodra ze een brandalarm horen

Dat is wat in de uitgangspunten van de bouwregelgeving wordt aangenomen. Maar in werkelijkheid blijkt dat mensen vaak helemaal niet vluchten zodra ze een brandalarm horen. De reactie op een brandalarm kan enkele minuten tot enkele uren duren.

Mythe 3. Mensen maken bij het vluchten gebruik van de groene vluchtrouteaanduidingen

Uit incidentevaluaties naar de ontvluchting bij brand blijkt dat 92% van de overlevenden zich niet bewust is van de aanwezigheid van groene bordjes of deze simpelweg negeert.

Mythe 4. Mensen vluchten via de dichtstbijzijnde nooduitgang

Het is niet zozeer de afstand tot de nooduitgang dat maakt dat mensen voor een bepaalde uitgang kiezen. Maar mensen vluchten doorgaans via de route die ze kennen. Over het algemeen is dit de ingang waardoor zij zijn binnengekomen.

Mythe 5. In gebouwen met een hoge bezettingsdichtheid wordt de zelfredzaamheid bij brand bepaald door het aantal nooduitgangen en de deurbreedte

Sinds de invoering van het Bouwbesluit 2003 wordt uitgegaan van de handregel van 135 personen per meter uitgangsbreedte. Echter, uit diverse praktijkstudies blijkt dat bij een daadwerkelijke ontvluchting slechts 60 personen per meter deurbreedte per minuut door de nooduitgangen kunnen.

Mythe 6. Liften en roltrappen zijn niet geschikt voor het vluchten bij brand

Uit een onderzoek naar de ramp van 9/11 blijkt dat 27% van de overlevenden gebruik had gemaakt van de lift. Geschat wordt dat circa 3000 mensen uit WTC 2 de ramp hebben overleefd door via de liften te vluchten gedurende de eerste 16 minuten van de ramp.

Mythe 7. Bedrijfshulpverleners zijn overbodig: de technische brandveiligheidsmaatregelen zijn veel belangrijker

Ook al is een gebouw brandveilig uitgevoerd, dan nog bepaalt het gedrag van de aanwezige mensen uiteindelijk voor een belangrijk deel de zelfredzaamheid bij brand. Zo kan een goed functionerende BHV-organisatie de reactietijd ongeveer 10 keer verkorten ten opzichte van de situatie waarin de ontvluchting niet door getraind personeel wordt begeleid.

Mythe 8. Mensen met een permanente functionele beperking zijn het minst zelfredzaam bij brand

Uit onderzoek blijkt dat mensen met een functionele beperking bij brand niet per definitie minder zelfredzaam zijn dan mensen zonder functionele beperking. Neem bijvoorbeeld blinde mensen die bij slecht zicht als gevolg van rookontwikkeling of lichtuitval beter in staat zich te oriënteren dan niet visueel gehandicapte mensen.

Mythe 9. Mensen zijn zelfredzaam bij brand als zij zich onder normale omstandigheden zelfstandig in een gebouw kunnen verplaatsen

Veel mensen blijken in geval van een incident helemaal niet zo mobiel te zijn als gevolg van tijdelijke beperkingen. Die kunnen bijvoorbeeld ontstaan door zwangerschap, operaties, overgewicht, astma en dergelijke. Of door brandeffecten, zoals lichamelijke reacties op hitte en rook (slecht zicht, bewusteloosheid, et cetera).

Mythe 10. Mensen raken in geval van brand in paniek

Het tegendeel is waar. In veel gevallen doen mensen namelijk helemaal niets bij het zien van brand. Ze blijven staan kijken, gaan door met de activiteiten die ze al deden, of ze komen juist naar de brand toe om het van zo dichtbij mogelijk te ervaren.

 

Bron: NIFV

 

Terug

Er waren veel coöperatieve opdrachten waarbij je met elkaar en van elkaar kon leren. Dit is een leuke manier om alle belangrijke BHV onderdelen door te nemen.

Renske, Cursus BHV

Onze klanten en herkenningen